donderdag 5 mei 2016

De geschiedenis van het Kletskopje

Aangezien de herkomst/oorsprong van koekjes vaak vele verhalen kent, beperk ik mij tot een boek met daarin smakelijke verhaaltjes en recepten van traditionele baksels die we in Nederland en Belgie goed kennen. Dit boek heet "Gebak met Geschiedenis" en is van auteur Robert Inghelram (ISBN90-5826-334-7, bol.com



In Brugge en Veurne zal men wellicht nog jaren blijven redetwisten omtrent de vraag naar de ultieme herkomst van deze lekkere 'kaalkoppen'. Ook de Franse patissiers beweren over het eerstgeboorterecht te beschikken, want hun mignots genoemd naar een 18de-eeuwse Parijse banketbakker, zouden min of meer voorlopers zijn van hun beroemde tuiles (gekromde 'dakpannen'), eveneens op basis van suiker, geschaafde amandelen, eieren en boter.
Volgens een nog iets ouder Hollands document echter komen de kletskoppen, toendertijd 'zeerehoofdjes' genoemd, sinds het begin van de 17de eeuw al uit de stad Leiden. Het koekje vormde aldaar een onderdeel van de bakproeven die een jonge gezel moest afleggen alvorens hij als meester in de machtige bakkersgilde kon worden opgenomen. Een plaatselijke gelegenheidsdichter noemde in 1602 al deze krokante lekkernij 'schorftenhoofden (schurftenkoppen?) met suykers ende kaneel bebloemt' En vermits het onomstotelijk vaststaat dat ook ons aller hutsepot - toen als hustepot omschreven - eveneens uit deze door de Spanjaarden belegerde Geuzenstad afkomstig is, kan deze 'historische'bron wellicht voortaan Veurne met Brugge verzoenen. Krokante kletskoppen bidden om een dampend kopje koffie of om een koel glaasjes wijn van het VDN-type (Vins Doux Naturels, zoals Port, Banyuls of Muscat.)
 Bron


1 opmerking: